Bijna vijftien jaar was Wilma Delissen (64) burgemeester van Peel en Maas. In die jaren leerde ze de dorpen, de mensen en het sterke gemeenschapsgevoel van dichtbij kennen. Ze woont met veel plezier met haar echtgenoot Paul in Maasbree en voelt zich nog altijd nauw verbonden met de gemeente en haar inwoners. Inmiddels is Wilma opnieuw actief in het openbaar bestuur als waarnemend burgemeester van Bergeijk.
In deze reportage kijken we met haar terug op haar loopbaan, de jaren als burgemeester van Peel en Maas en de mens achter de bestuurder. Wat hebben die jaren voor haar betekend en op welke plekken in de gemeente geniet ze zelf graag?
Na de fotoshoot nemen we plaats op het zonnige terras van Kapèlkeshof in Grashoek. Voor de camera staan gaat Wilma gemakkelijk af. Na zoveel jaren in het openbaar bestuur zijn fotografen en momenten in de schijnwerpers haar niet vreemd. Terwijl we plaatsnemen, wordt ze door verschillende mensen herkend en begroet. Het is duidelijk dat veel inwoners haar nog altijd een warm hart toedragen. Voor Wilma voelt Peel en Maas nog steeds als thuis. “Het is een prachtige gemeente,” zegt ze. “Ik ben er trots op dat ik hier bijna vijftien jaar burgemeester heb mogen zijn. De mensen zijn zelfredzaam en zetten samen de schouders eronder. Juist dat sterke gemeenschapsgevoel maakt dat
ik me hier helemaal thuis voel.”
Om te begrijpen hoe Wilma in Peel en Maas terechtkwam, gaan we even terug naar het begin. “Ik ben geboren in Helmond, daar heb ik maar zes weken gewoond,” vertelt ze. “Daarna verhuisden we naar de Maaslandlaan in Weert, waar ik dertien jaar heb gewoond. De Maas loopt als een rode draad door mijn leven.” Toen Wilma in de zesde klas zat, wat nu groep 8 is, verhuisde het gezin naar Geldrop. “Dat was heel erg wennen.
Op die leeftijd heb je al een basis en dan moet je opnieuw beginnen.” Ze is de jongste van acht kinderen. “Met twee zussen en vijf broers leer je al snel om voor jezelf op te komen.” Haar vader runde samen met drie van haar broers een autobedrijf. Het gezin verhuisde vanwege het familiebedrijf. “Mijn vader werkte veel, ik zag hem vooral in het weekend. Dat was voor ons heel gewoon.”
Op haar zeventiende gaat Wilma met vriendinnen naar een jongerencamping in Zeeland. Daar ontmoet ze Paul, die toevallig ook in Geldrop woont. “De vader van Paul had een eigen handelsbedrijf en later verhuisde dat gezin naar Beek en Donk.” Wanneer Pauls vader op jonge leeftijd overlijdt, neemt Paul op zijn 21e het bedrijf over. Niet veel later bouwen Wilma en Paul samen hun leven op in Beek en Donk. Ze trouwen, krijgen drie kinderen, twee jongens en een meisje, en runnen jarenlang samen het familiebedrijf. “Door het bedrijf en doordat de kinderen naar school gingen, leerden we veel mensen kennen,” vertelt Wilma. “Op een gegeven moment vroegen mensen mij: is de politiek niets voor jou? Maar dat wuifde ik weg. Dat was niets voor mij.” Samen met een aantal andere ondernemers richt ze een ondernemersvereniging op.
Voor de gemeenteraadsverkiezingen van 1998 werd Wilma opnieuw gevraagd. Dit keer zegt ze wel ja. “Ik werd lijsttrekker, dat had ik totaal niet verwacht.” Bij de verkiezingen haalt ze bijna duizend stemmen. “Dat was echt bijzonder.” Het jaar daarop wordt ze gevraagd om wethouder te worden. “Daar had ik al helemaal niet over nagedacht, maar achteraf was het misschien wel de beste leerschool die ik kon krijgen.” Het vraagt wel om het vinden van een goede balans. Met drie kinderen en het familiebedrijf thuis is er veel te regelen. “Als ik de kinderen er nu naar vraag, zeggen ze gelukkig dat ze een fijne jeugd hebben gehad. Maar soms denk ik zelf wel eens: hoe heb ik dat allemaal gecombineerd?”
Wilma is op dat moment 38 jaar en de eerste vrouwelijke wethouder in de gemeente Laarbeek. Vanaf het begin maakt ze duidelijke afspraken. “Tussen vijf en half acht ’s avonds was ik er niet. Dat hadden ze bij de gemeente nog nooit meegemaakt, maar met Paul, het bedrijf en de kinderen vond ik dat belangrijk.” Ze kijkt er met een glimlach op terug. “Misschien heb ik daarmee ook wel een beetje het pad geëffend.” De jaren in het bestuur leren haar veel. “Je leert om dingen niet persoonlijk te maken. Als bestuurder moet je soms besluiten nemen die niet bij iedereen in goede aarde vallen.” Haar achtergrond als ondernemer helpt daarbij. “In het ondernemerschap leer je dat elke euro verdiend moet worden en dat niets vanzelf gaat. Dat besef neem je zeker mee.” Na de daaropvolgende verkiezingen valt haar partij buiten de coalitie. “Van de ene op de andere dag was ik mijn baan als wethouder kwijt, terwijl ik er met zoveel passie aan had gewerkt,” vertelt Wilma. De teleurstelling is groot. Ze besluit zich voorlopig niet meer beschikbaar te stellen voor het openbaar bestuur. “Dat wilde ik niet nog eens meemaken.” Toch blijft het bestuur haar trekken. Wilma besluit zich verder te verdiepen en schrijft zich in bij de Bestuursacademie in Tilburg voor de studie Bestuur, Beleid en Management. “Ik wilde aangehaakt blijven en vond het ontzettend interessant.”
Voor haar studie loopt ze stage bij de gemeente Gennep. Toevallig komt er een vacature bij Kabinetszaken voorbij en kan ze meteen aan de slag met de stapel dossiers die er ligt. Net wanneer ze in Gennep een vaste aanstelling zou krijgen, komt er opnieuw een onverwacht telefoontje. Vanuit Heeze-Leende wordt gevraagd of ze ‘Interim wethouder van buiten de gemeente’ wil worden. “Mijn eerste reactie was nee,” vertelt ze. “Maar Paul, die altijd mijn spiegel is, zei: wat heb je eigenlijk te verliezen? Je hebt het altijd met zoveel plezier gedaan.” Ze besluit de stap toch te zetten en wordt opnieuw wethouder. In die periode groeit een nieuw inzicht. “Ik dacht: straks zijn er weer verkiezingen. Ik ben geen politicus, ik ben een bestuurder.” Daarop valt het kwartje. Waarom niet solliciteren voor burgemeester? Ze besluit het te proberen en reageert op de vacature in Grave. Er zijn 35 kandidaten. Uiteindelijk wordt Wilma gekozen en begint een nieuw hoofdstuk in haar loopbaan als burgemeester.
“Met 44 jaar werd ik burgemeester,” vertelt Wilma. “De eerste nacht nadat ik het hoorde, heb ik niet geslapen. Ik zat rechtop in bed en dacht: daar zit je dan met je grote mond, nu moet je het ook waarmaken.” In die tijd was nog maar zo’n zeventien procent van de burgemeestersvrouw. Inmiddels ligt dat percentage rond de veertig. “Ik vind het belangrijk dat vrouwen zich niet te snel laten ontmoedigen als ze solliciteren. Mannen doen soms wel tien pogingen voordat het lukt.” Zelf probeert ze anderen daarin te ondersteunen. Niet alleen vrouwen, maar ook mannen die een stap in het openbaar bestuur willen zetten, begeleidt ze graag. In diezelfde periode verandert er privé het nodige. De kinderen gaan studeren en er is geen opvolging voor het familiebedrijf. Paul kiest voor een nieuwe carrière en samen verhuizen ze naar Grave, waar Wilma haar eerste jaren als burgemeester begint.
Het burgemeesterschap blijkt een bijzonder ambt. “Je moet veel zelf uitzoeken. In die zin kan het soms best een eenzame positie zijn.” In het begin moet ze daaraan wennen. “Je kunt niet alles delen en mensen kijken anders naar je. Zelfs als je boodschappen doet, kijken mensen soms even mee in je winkelwagentje.” Het hoort er volgens haar bij. “Burgemeester zijn is veel meer dan een baan. Het is echt een way of life. Iedereen heeft er een mening over en je bent niet altijd ieders vriend.” Tegelijkertijd voelt ze dat het haar past. Besturen, verbinden en richting geven liggen haar goed. Daarbij is een stevige thuisbasis belangrijk. “Paul en de kinderen hebben me altijd gesteund. Dat maakt echt het verschil.” Na ruim vier jaar in Grave komt er een vacature voorbij die meteen iets bij haar losmaakt: burgemeester van Peel en Maas. “Opgegroeid in Weert, een herindelingsgemeente in de Peel en weer die Maas. Bij alle elf dorpen voelde ik meteen: dit is bijzonder.” Ze besluit te solliciteren en heeft na het gesprek direct een goed gevoel. Tijdens een raadsvergadering in Grave krijgt Wilma het telefoontje dat ze wordt voorgedragen als burgemeester van Peel en Maas. “Ik kon het in de raadsvergadering meteen delen.” Op 1 oktober 2010 begint ze aan haar nieuwe rol. Het zijn intensieve jaren waarin de nieuwe gemeente haar vorm krijgt. “Het was pionieren. Samen hebben we gebouwd aan de gemeente Peel en Maas, en dat ging verbazingwekkend goed.” Wilma duikt in de haarvaten van de samenleving en voelt zich al snel thuis. Wilma en Paul hebben hun eigen thuis in Maasbree: een fijn huis op een fijne plek, waar ze tot op de dag van vandaag met veel plezier wonen.
Als burgemeester maakt Wilma Delissen veel mooie en bijzondere momenten mee, maar er zijn ook gebeurtenissen die diepe indruk maken. Sommige staan haar nog altijd haarscherp voor de geest. Zoals de ramp met MH17. Een gezin uit Peel en Maas dat in één klap werd weggevaagd. Hartverscheurend. Tijdens de drukbezochte afscheidsbijeenkomst mocht ze het woord voeren. “Het verdriet was overal voelbaar. Zo’n moment laat zien hoe diep zoiets een gemeenschap raakt.”
Ook de coronaperiode heeft zich in haar geheugen gegrift. “Het was een onwerkelijke tijd,” vertelt Wilma. “In Peel en Maas hebben we veel mensen verloren aan corona. Dat raakte onze gemeenschap diep. Tegelijkertijd moesten we omgaan met ingrijpende maatregelen, zoals verplichte sluitingen en de avondklok, die een enorme impact hadden op inwoners en ondernemers.” En dan was er nog het hoogwater. Ook dat maakte veel indruk. Er moest zelfs een evacuatiebevel worden afgegeven.
“Op zulke momenten gebeurt er ontzettend veel tegelijk. Tegelijk zie je ook de kracht van een gemeenschap. Mensen kijken naar elkaar om en helpen elkaar. Juist dan merk je hoe belangrijk het is dat je er samen staat.”
Na bijna vijftien jaar als burgemeester brak voor Wilma een nieuw moment van bezinning aan. “Ik heb nooit een pad uitgestippeld. Het burgemeesterschap in Peel en Maas heb ik altijd als heel bijzonder en fijn ervaren, maar na zoveel jaar
wil je ook niet bij het interieur gaan horen.”
In haar privéleven dienden zich ondertussen ook nieuwe, mooie momenten aan. “De komst van de kleinkinderen zet je toch aan het denken. Ik ben gaan kijken wat ik nog zou willen doen als ik zou stoppen. Eerst even afschakelen en alles rustig laten bezinken.” Het afscheid als burgemeester in Peel en Maas maakte diepe indruk op Wilma. “Het was overweldigend en hartverwarmend. Dat had ik echt niet zo verwacht.
Het besef dat je iets hebt mogen betekenen voor mensen raakt me nog steeds. Daar ben ik enorm dankbaar voor. En dat ik ook nog ereburger mocht worden, vind ik een grote eer.” Tegelijkertijd wilde ze bewust ruimte maken voor haar opvolger. “Hij moet zijn eigen weg kunnen vinden.” Zelf nam ze de tijd om na te denken over een nieuwe invulling van haar dagen. “Ik dacht dat er nu eindelijk ruimte zou zijn voor vrijwilligerswerk en voor hobby’s waar ik eerder nauwelijks aan toekwam, zoals wandelen, koken en lezen. Ik ben al snel met een interessante wijncursus begonnen bij Il Vino Wijnbar.
Maar lang duurde het nadenken over de toekomst niet. Er kwam een telefoontje uit Den Bosch. “De commissaris van de Koning vroeg of ik voor een langere periode, zo’n twee jaar, waarnemend burgemeester in Bergeijk wilde worden. Ik dacht: het openbaar bestuur heeft mij zoveel gebracht. Als ik nog iets kan bijdragen, dan doe ik dat graag.
Ik voel me weer als een vis in het water. Mijn ervaring kan ik goed gebruiken in deze kleinere gemeente. In Bergeijk hebben we samen mooie stappen kunnen zetten. Als alles volgens plan verloopt, kan er half december een nieuwe burgemeester beginnen. Daarna begint voor Wilma een nieuwe fase. “Dan ga ik rustig kijken wat er op mijn pad komt. Zonder strak plan, maar met vertrouwen. En met één wens: dat mensen naar elkaar blijven omkijken. Want daar begint alles.”