In deze rubriek bezoeken we mensen thuis, onder het genot van een kop koffie vertellen ze hun verhaal. Dit keer zijn we te gast bij José Stevens (66). Ze woont midden in het centrum van Panningen, samen met haar trouwe teckel Willem. Na 35 jaar bij de politie, waarvan ruim twintig jaar als rechercheur, bouwt José haar werk af en neemt ze afscheid van een leven dat lange tijd allesbepalend was. Hoe kijkt ze terug? En wat wil ze anderen meegeven?
José voelt zich helemaal thuis in Panningen, maar haar wortels liggen in Zuid-Limburg. Ze werd geboren in Puth, onder de rook van DSM in Geleen. Als ze terugblikt op haar jeugd, komt steeds die ene zomer naar boven.
“Het was juni 1975 toen een dorpsgenoot van zestien jaar van de ene op de andere dag verdween. Diezelfde zomer raakte ook een jongen van vijftien vermist na een avond in een discotheek in Beek. Begin september volgde Marjo Winkens, zeventien jaar, uit Schimmert. Drie jongeren verdwenen binnen nog geen drie maanden tijd, allemaal binnen een straal van vijftien kilometer. Geen van hen is ooit teruggevonden.” In de nacht waarin Marjo verdween, werd José’s oudere zus op weg naar huis lastiggevallen door een paar mannen in een auto. Ze wist te ontsnappen en vond beschutting bij mensen achterom. Mogelijk ontsnapte ze die nacht aan wat Marjo is overkomen. Het zijn ervaringen die zich vastzetten. Achteraf bezien werd hier het zaadje geplant voor José’s latere betrokkenheid bij vermissingszaken.
“Ik ben niet meteen richting politie gegaan. Ik wilde dat wel, maar ik was in die tijd nogal fragiel. Ik dacht ‘die blazen me zo omver’. Totdat er een campagne kwam om meer vrouwen bij de politie te krijgen. Dat gaf de doorslag. Ik besloot te gaan trainen en ervoor te gaan.” Op haar 31e begint José aan de politieopleiding in Heerlen. Daarna werkt ze tien jaar op straat, in Maastricht, Heerlen en Stein–Beek–Schinnen. In 2002 maakt ze de overstap naar de Dienst Regionale Recherche in Venlo. Ze werkt er aan zware criminaliteitszaken en is betrokken bij verschillende moord- en doodslagzaken en andere kapitale delicten, onder meer binnen het Team Grootschalige Opsporing.
In 2014 volgt het coldcase-team Limburg. Daarmee komt ze opnieuw oog in oog te staan met de vermissing uit haar jeugd: die van Marjo Winkens. Een zaak die haar nooit heeft losgelaten. Ze werkt daarnaast aan de vermissing van Tanja Groen en aan andere onopgeloste zaken. Ook houdt ze zich bezig met onbekende overledenen, mensen van wie de identiteit vaak nog niet bekend is. “Dat raakt me telkens opnieuw. Iedereen verdient een naam, een verhaal en nabestaanden die weten wat er is gebeurd.”
Elke dag worden in Limburg gemiddeld vijf mensen als vermist opgegeven. Vaak lopen die meldingen goed af en verdwijnen ze weer uit beeld. Soms echter niet. Het jaar 2022 liet diepe sporen na bij José en de politieteams, met meerdere zelfdodingen en vermissingen die uiteindelijk een tragische afloop kregen. De zaak die José persoonlijk het meest raakte, was de vermissing van een jonge vrouw met een postnatale depressie. Door een ingrijpende ervaring in haar privéleven was ze meteen alert. Ze besloot collega’s te ondersteunen bij de eerste bevragingen. Elke seconde telde, maar de hulp kwam te laat. “Na afloop werd er samen nagepraat. Dat helpt om een zaak een plek te geven. Maar sommige verhalen nestelen zich dieper en laten zich niet zomaar los. Dit was er één van.”
José is voor veel mensen een vertrouwd gezicht in het centrum van Panningen, meestal vergezeld door haar teckel Willemke. De inmiddels vijftienjarige Willem maakt al sinds zijn puppytijd onlosmakelijk deel uit van haar leven. Terwijl José werkte, ging hij jarenlang naar zijn vaste oppasadressen en de hondendagopvang, waar altijd goed voor hem werd gezorgd. Nu zij haar werk afbouwt en halve dagen werkt, is hij gewoon thuis bij haar. In september 2026 gaat José officieel met pensioen. Haar laatste werkdag ligt al ruim daarvoor. “Het zal wennen zijn,” zegt José. “Vermissingszaken lopen als een rode draad door mijn leven. Soms denk ik: wat als mijn zus toen was meegenomen in plaats van Marjo? Ik moet er niet aan denken. Die gedachte laat me nooit helemaal los.”
Tegelijk ziet ze ook vooruitgang. “In vergelijking met vroeger moet je nu echt je best doen om niet gevonden te worden. De mogelijkheden zijn enorm gegroeid. Dat stemt me hoopvol.” Wat ze mensen vooral wil meegeven, verwoordt ze eenvoudig: “Heb aandacht voor elkaar. Kijk echt. Neem signalen serieus, ook als ze klein lijken. Niet iedereen roept hard om hulp. Je hoeft geen professional te zijn om iets te betekenen. Soms is luisteren
al genoeg.”
Voor José is het loslaten al voorzichtig begonnen. “Het is goed zo.”